Article De eend van 36 miljoen

From Alfred Jodocus Kwak Wiki
Revision as of 13:58, 13 June 2026 by Dougurasu (talk | contribs)
(diff) ← Older revision | Latest revision (diff) | Newer revision → (diff)
News article
De eend van 36 miljoen
(lit. "The 36 million duck")

Data
NewspaperDe Telegraaf
AuthorThea Detiger
Date2 december 1989
Page21 and 22
CityAmsterdam
LanguageDutch
Original sourcelink

Summary

This article covers the Alfred J. Kwak series announcement which was on the cover of the de Telegraaf and a short part 2 on the second page.

The article

Door Herman van Veen bedachte tekenfilmserie verovert de wereld

Een heuse Nederlandse eend gaat de wereld veroveren! Hij heet Alfred J. Kwak, hij is verzonnen door Herman van Veen en zijn avonturen zijn al verkocht aan een hele rits landen. De tekenfilmserie, die in ons land vanaf kerstavond door de VARA wordt uitgezonden, heeft 36 miljoen gulden gekost en is daarmee de duurste tekenfilmproduktie die ooit in Europa is gemaakt. Weekeinde stelt Alfred J. Kwak en zijn vrienden vast aan u voor.

De eend van 36 miljoen

door Thea Detiger

Nederland krijgt volgend jaar een ambassadeur die ons land wereldwijd zal promoten. Het is de eigenzinnige eend Alfred Jodocus Kwak, wiens tekenfilmavonturen in tientallen landen te zien zullen zijn. Van het Verre Oosten tot Zuid-Amerika en Afrika zullen de tv-kijkers kennismaken met de milieuvriendelijke eend, die vanuit zijn klomphuis in Polderdorp, Grootwaterland, de wereld intrekt om hier en daar wat recht te zetten.

Met de 36 miljoen gulden die met de 52-delige serie gemoeid waren, is ‘Alfred J. Kwak’ de grootste produktie die ooit in Nederland werd gemaakt en de grootste animatie-produktie ooit in Europa gemaakt. Producent Dennis Livson van Telecable in Amsterdam, die de serie in co-produktie met tv-stations in Duitsland, Frankrijk, Spanje en Tokio maakte, is dan ook heel trots dat Nederland het recht van de eerste uitzending heeft. De VARA begint op kerstavond met een dubbele aflevering van de avonturen van Alfred Jodocus Kwak, terwijl de meeste andere landen de eend pas in september 1990 op het scherm brengen.

Alfred Jodocus Kwak is bedacht door Herman van Veen en getekend door de Duitse ontwerpers Harald Siepermann en Hans Bacher, die ook door Spielberg en Disney werden ingehuurd voor ‘Roger Rabbit’. Toen Disney lucht kreeg van de serie over Kwak, wilden ze hem daar graag maken. „Disney is een grote concurrent voor me geweest in de race,” zegt Dennis Livson. „Maar gelukkig hebben we de produktie hier kunnen houden. Het is tenslotte een Nederlands idee en een Nederlands initiatief, en de serie speelt zich met zijn molens, polderweggetjes en sloten ontegenzeggelijk in Nederland af.”

Livson was meteen enthousiast voor het project toen men hem het stripalbum liet zien dat Siepermann en Bacher maakten op basis van Van Veens LP en musical over Kwak. „Het hele concept sprak me geweldig aan en daarin blijk ik niet alleen te staan. De meeste landen, waar Kwak zal worden uitgezonden, hebben de serie ongezien gekocht. Ik hoefde alleen maar de karakterbeschrijvingen te geven en te vertellen waar het over ging.”

Alfred is volgens Livson een combinatie van Charlie Chaplin en Don Quichotte. Hij heeft de manier van lopen van Chaplin en de idealen van Don Quichotte. Hij verzet zich tegen onrecht, onder andere tegen apartheid. Hij neemt het op voor arme dieren die geen water hebben, en hij strijdt tegen tirannen en andere misdadigers. Dat gebeurt allemaal vanuit een eenvoudige, oprechte overtuiging, zonder te moraliseren. Zo nu en dan maakt de eend met zijn eeuwige rode sjaal en zijn plompe platvoeten zelfs de indruk heel naïef te zijn. Maar zoals hij zelf altijd zingt: „Kwek, kwek, kwek, ik ben wel goed, maar ik ben niet gek.”

In de eerste aflevering verliest Alfred, net uit het ei gekropen, al meteen zijn vader en moeder. Hij moet zich zelf zien te redden. Gelukkig slaagt hij er gauw in vrienden te maken. Met Henk de Mol, bijvoorbeeld, die zich opwerpt als stiefvader van de kleine Kwak. Andere trouwe vrienden zijn kapitein Olaf Stoppel, met wie Alfred zijn avonturen op zee beleeft, en professor Paljass, die hem zo nu en dan een ruimtevaartuig bezorgt om ongeregeldheden op de maan recht te zetten. En dan zijn er nog de wijze uil Wisal en het goedmoedige nijlpaard Hannibal, die op de hand van de rechtvaardige eend zijn. Pas halverwege de serie — volgend jaar zomer — ontmoet Alfred ook een geliefde. Het is de zwarte eend, Winnie Wana.

Natuurlijk heeft Alfred ook tal van tegenstanders. De belangrijkste is Dolf de Kraai, die in verschillende hoedanigheden zijn pad kruist. Hij zit al bij Alfred in de klas als het gemeenste kereltje van de school, en later zal Alfred hem nog vaak weer ontmoeten, bijvoorbeeld als wapen- of drugshandelaar of als slavendrijver. Hij is een dictator van het zuiverste water. Een andere tegenstander is K. Rokodil. In totaal bevolken meer dan 250 figuren de serie, allemaal door Herman van Veen zelf bedacht en op zijn aanwijzingen door de ontwerpers getekend. „Achttien maanden hebben we met 150 man aan de serie gewerkt,” aldus Livson, „en het resultaat kan zich meten met de kwaliteit van Disney. We houden alles zoveel mogelijk in eigen hand. Zo verzorgen wij ook de nasynchronisaties. We hebben naast de Nederlandse versie al een nasynchronisatie in het Duits, Spaans, Frans en Italiaans. Met de Engelse versie zitten we nog een beetje. De enige landen die nog niet besloten hebben tot de aankoop zijn de angelsaksische landen: Engeland, de Verenigde Staten, Engels-Canada en Australië. Dat heeft alles te maken met de kosten van nasynchronisatie, want de Amerikanen willen dat Alfred Amerikaans spreekt en geen Oxford-English.”

Livson maakt zich over die weigering bij de Amerikanen geen enkele zorgen. „Het is een Europese produktie en ik vind dat hij eerst een succes in Europa moet worden. Dat zal wel lukken want vrijwel alle landen gaan Kwak uitzenden. Daarna komt Amerika vanzelf wel. Er is namelijk wereldwijd een grote behoefte aan dergelijke geweldloze kinderseries. In Amerika, maar ook in de rest van de wereld is men de laatste vijf jaar in het geweer gekomen tegen harde series als Transformers, Masters of the Universe en He-man. Ook de kinderen zelf zijn moe geworden van het eindeloze geweld en willen niet langer naar de robot-series kijken.”

Volgens Dennis komt Alfred J. Kwak precies op het goede moment. „Het is ijzersterk entertainment, dat toch in iedere aflevering een boodschap uitdraagt. Dat gaat ongemerkt tijdens de dialoog, maar komt daardoor des te beter over. Misschien pikken de oudere kinderen daar meer van op dan de jongere, maar dat geeft niet. Ze kunnen allemaal evenveel genieten van de serie, die ik wel de Rolls Royce onder de tv-series durf te noemen. We hebben van het begin af aan een universele en tijdloze serie willen maken. Tenslotte is er iedere drie jaar weer een nieuwe groep kinderen die ernaar kan kijken. Animatie van deze kwaliteit is te duur om voor één keer te maken.”

De serie over Alfred Jodocus Kwak zal wereldwijd ook leiden tot een hausse in speelgoed en andere Kwak-artikelen. In Nederland heeft de firma Blokker Kwak al als karakter nummer 1 aangemerkt voor 1990 en 1991. „We moeten natuurlijk wel erg oppassen dat er nergens produkten op de markt komen die tegen de principes van Alfred indruisen,” zeggen Hanny Brands en Willem Verbruggen, die de merchandising zullen gaan regelen. „Milieuvriendelijke produkten dus, en zeker geen asbakken, want Alfred heeft een hekel aan roken. Een deel van de winst gaat trouwens (net als van de tv-serie) naar Herman van Veens Stichting Colombine en is bestemd voor de ontwikkelingslanden.”

Dennis Livson is ervan overtuigd dat de serie, die oorspronkelijk bedoeld is voor kinderen van 6 tot 13, straks door de hele familie zal worden bekeken. Voor ouderen zitten er soms onverwachte grapjes in, bijvoorbeeld incidentele persiflages op Margaret Thatcher en Frank Sinatra in de figuren van Margaret Thikker en Alem Palem Singantra. Allemaal in diergedaanten, want mensen komen niet voor in de serie. Slechts in één aflevering komt een mens voor, maar dat is dan een Wild Mens, die in een kooi zit in het circus.

Livson staat versteld van de creativiteit en werklust van Herman van Veen. „Na de 52 afleveringen die we nu hebben verfilmd, heeft hij nog eens 52 complete verhaaltjes geschreven. Als het nodig is, kunnen we zo doorgaan met produceren.”


Cartoon series conceived by Herman van Veen conquers the world

A genuine Dutch duck is going to conquer the world! His name is Alfred J. Kwak, he was invented by Herman van Veen, and his adventures have already been sold to a whole string of countries. The animated series, which in our country will be broadcast by VARA starting on Christmas Eve, cost 36 million guilders and is therefore the most expensive animated production ever made in Europe. Weekeinde introduces Alfred J. Kwak and his friends to you.

The duck worth 36 million

by Thea Detiger

Next year the Netherlands will have an ambassador who will promote our country worldwide. It is the headstrong duck Alfred Jodocus Kwak, whose animated adventures will be seen in dozens of countries. From the Far East to South America and Africa, TV viewers will become acquainted with the environmentally friendly duck who sets out from his clog-house in Polderdorp, Grootwaterland, to put a few things right here and there in the world.

With the 36 million guilders involved in the 52-part series, ‘Alfred J. Kwak’ is the largest production ever made in the Netherlands and the largest animated production ever made in Europe. Producer Dennis Livson of Telecable in Amsterdam, who made the series in co-production with TV stations in Germany, France, Spain, and Tokyo, is therefore very proud that the Netherlands has the right of first broadcast. VARA begins on Christmas Eve with a double episode of the adventures of Alfred Jodocus Kwak, while most other countries will not bring the duck to the screen until September 1990.

Alfred Jodocus Kwak was conceived by Herman van Veen and drawn by the German designers Harald Siepermann and Hans Bacher, who were also hired by Spielberg and Disney for ‘Roger Rabbit’. When Disney got wind of the series about Kwak, they were keen to make it themselves. “Disney was a major competitor for me in the race,” says Dennis Livson. “But fortunately we were able to keep the production here. After all, it is a Dutch idea and a Dutch initiative, and with its windmills, polder lanes, and ditches, the series unmistakably takes place in the Netherlands.”

Livson was immediately enthusiastic about the project when he was shown the comic album that Siepermann and Bacher had made based on Van Veen’s LP and musical about Kwak. “The whole concept appealed to me enormously, and it turns out I am not alone in that. Most countries where Kwak will be broadcast bought the series sight unseen. All I had to do was provide the character descriptions and explain what it was about.”

According to Livson, Alfred is a combination of Charlie Chaplin and Don Quixote. He has Chaplin’s way of walking and Don Quixote’s ideals. He stands up against injustice, including apartheid. He takes up the cause of poor animals who have no water, and he fights tyrants and other criminals. All of this happens from a simple, sincere conviction, without moralizing. Now and then, the duck with his ever-present red scarf and his clumsy flat feet even gives the impression of being very naïve. But as he himself always sings: “Quack, quack, quack, I may be good, but I’m not crazy.”

In the first episode, Alfred, newly hatched from the egg, immediately loses his father and mother. He has to fend for himself. Fortunately, he soon manages to make friends. Henk the Mole, for example, who appoints himself foster father to little Kwak. Other loyal friends are Captain Olaf Stoppel, with whom Alfred has his adventures at sea, and Professor Paljass, who from time to time provides him with a spacecraft to put disturbances on the moon right. And then there are the wise owl Wisal and the good-natured hippopotamus Hannibal, who are on the side of the righteous duck. Only halfway through the series — next summer — does Alfred also meet a sweetheart. She is the black duck, Winnie Wana.

Naturally, Alfred also has many opponents. The most important is Dolf the Crow, who crosses his path in various guises. He is already in Alfred’s class as the meanest little boy in school, and later Alfred will encounter him many times again, for example as an arms or drug dealer or as a slave driver. He is a dictator of the purest kind. Another opponent is K. Rokodil. In total, more than 250 characters populate the series, all conceived by Herman van Veen himself and drawn by the designers according to his instructions. “We worked on the series for eighteen months with 150 people,” says Livson, “and the result can measure up to Disney’s quality. We keep everything in our own hands as much as possible. We also handle the dubbing ourselves. In addition to the Dutch version, we already have dubbed versions in German, Spanish, French, and Italian. The English version is still a bit of an issue. The only countries that have not yet decided to buy it are the Anglo-Saxon countries: England, the United States, English-speaking Canada, and Australia. That has everything to do with the costs of dubbing, because the Americans want Alfred to speak American and not Oxford English.”

Livson is not at all worried about that refusal by the Americans. “It is a European production, and I think it should first become a success in Europe. That will certainly work, because almost all countries are going to broadcast Kwak. After that, America will come naturally. Worldwide, there is a great need for nonviolent children’s series of this kind. In America, but also in the rest of the world, people have risen up over the past five years against harsh series such as Transformers, Masters of the Universe, and He-Man. Children themselves, too, have grown tired of the endless violence and no longer want to watch the robot series.”

According to Dennis, Alfred J. Kwak is arriving at exactly the right moment. “It is extremely strong entertainment, yet it conveys a message in every episode. That happens unobtrusively during the dialogue, which makes it come across all the better. Perhaps the older children pick up more of it than the younger ones, but that doesn’t matter. They can all enjoy the series equally, which I dare to call the Rolls-Royce of TV series. From the beginning, we wanted to make a universal and timeless series. After all, every three years there is a new group of children who can watch it. Animation of this quality is too expensive to make for a single run.”

The series about Alfred Jodocus Kwak will also lead worldwide to a boom in toys and other Kwak articles. In the Netherlands, the Blokker company has already designated Kwak as its number-one character for 1990 and 1991. “Of course we have to be very careful that no products come onto the market anywhere that go against Alfred’s principles,” say Hanny Brands and Willem Verbruggen, who will be handling the merchandising. “Environmentally friendly products, therefore, and certainly no ashtrays, because Alfred hates smoking. Part of the profit, by the way — just as with the TV series — goes to Herman van Veen’s Colombine Foundation and is intended for developing countries.”

Dennis Livson is convinced that the series, originally intended for children aged 6 to 13, will soon be watched by the whole family. For adults there are sometimes unexpected jokes, such as occasional parodies of Margaret Thatcher and Frank Sinatra in the characters Margaret Thikker and Alem Palem Singantra. All of them are in animal form, because people do not appear in the series. Only in one episode does a human appear, but that is a Wild Human, who sits in a cage in the circus.

Livson is amazed by Herman van Veen’s creativity and capacity for work. “After the 52 episodes we have now filmed, he has written another 52 complete little stories. If necessary, we can simply carry on producing.”

Includes information on

Includes pictures of