Boom voor het Onbekende Kind

From Alfred Jodocus Kwak Wiki
News article
Boom voor het Onbekende Kind
(lit. "Tree for the Unknown Child")

Data
NewspaperDe Telegraaf
AuthorUncredited
Date15 January 1990
Page4
CityAmsterdam
LanguageDutch
Original sourcelink

Summary

This article covers Herman van Veen's busy life in Nieuwsblad van het Noorden 08-07-1989.

The article

Boom voor het Onbekende Kind

„Tot ziens, tot de volgende boom,” zei cabaretier Herman van Veen met een knipoog tegen een groep kinderen, nadat hij in het fraaie sprookjespark Land Van Ooit in Drunen samen met minister Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking een heel bijzondere boom had geplant.

„Deze boom,” zo vertelde Herman de aanwezige kinderen, „is bestemd voor het Onbekende Kind. Per dag gaan er op de wereld zo’n 40.000 kinderen om niets dood. Over twee weken zullen premier Lubbers en minister Pronk in New York bij het gebouw van de Verenigde Naties een tweede boom planten ter nagedachtenis aan dat Onbekende Kind.”

Presidenten

„En,” zo vulde minister Pronk aan, „in de Verenigde Naties zullen presidenten en minister-presidenten aanwezig zijn om alleen maar te praten over de problemen van kinderen.” Ook Herman van Veen zelf, die sinds 1968 goodwill-ambassadeur voor Unicef is, zal in New York aanwezig zijn.

Het idee van een boom voor het Onbekende Kind komt uit het boekje ‘Propvol’ van Alfred Jodocus Kwak, dat Herman samen met Jacques Weijters en Bies van Ede schreef.

In het boekje is sprake van het graf voor het Onbekende Kind. „Dat graf,” aldus Herman, „vonden we niet zo prettig en toen ontstond het idee om daarvoor in de plaats een boom te nemen.”

„Het is de bedoeling dat er in de hele wereld 40.000 van die bomen geplant zullen worden. Peter Ustinov en Harry Belafonte planten er ook een. Ik hoop dat vele artiesten hen zullen volgen.”

Zuchten

Het planten van de boom zelf in het Land Van Ooit had toch iets meer omhanden dan het doorknippen van een lint. Met veel gezucht en geblaas werd het jonge boompje door Herman en minister Pronk in een daarvoor gemaakt gat geplaatst.

Vooral de bewindsman demonstreerde heel duidelijk dat, mocht hij ooit werkloos worden, zijn perspectieven niet in de richting gaan van het vak van boomchirurg. „Ik heb wel eens in een stadstuintje boompjes geplant, maar die gingen meestal dood,” bekende Pronk.

De minister kon nauwelijks uit de voeten door het gedrang van de aanwezige fotografen. „Ze hebben meer belangstelling voor hun foto dan voor de boom,” verzuchtte Pronk.

Tijdens zijn ministerschap in het kabinet Den Uyl ging voor de minister geen zee te hoog, hoewel hij zich soms — letterlijk — maar met moeite staande kon houden, als hij weer eens te diep in het glaasje had gekeken.

Dat is nu volledig veranderd. Het is stil rondom de bewindsman en tamelijk rustig rondom Ontwikkelingssamenwerking. „Ik heb me met opzet op de achtergrond gehouden,” zo vertelde hij me.

Fotobijschrift:

■ Minister Jan Pronk en Herman van Veen (l.)… per jaar gaan zo’n 40.000 kinderen om niets dood… Eigen foto


Tree for the Unknown Child

“Goodbye, until the next tree,” cabaret artist Herman van Veen said with a wink to a group of children, after he had planted a very special tree together with Jan Pronk, Minister for Development Cooperation, in the beautiful fairy-tale park Land Van Ooit in Drunen.

“This tree,” Herman told the children present, “is intended for the Unknown Child. Every day, around 40,000 children in the world die for no reason. In two weeks, Prime Minister Lubbers and Minister Pronk will plant a second tree in New York, at the United Nations building, in memory of that Unknown Child.”

Presidents

“And,” Minister Pronk added, “at the United Nations, presidents and prime ministers will be present just to talk about the problems of children.” Herman van Veen himself, who has been a UNICEF goodwill ambassador since 1968, will also be present in New York.

The idea of a tree for the Unknown Child comes from the booklet ‘Propvol’ by Alfred Jodocus Kwak, which Herman wrote together with Jacques Weijters and Bies van Ede.

In the booklet, there is mention of a grave for the Unknown Child. “That grave,” Herman said, “did not feel very pleasant to us, and then the idea arose to use a tree instead.”

“The intention is that 40,000 such trees will be planted all over the world. Peter Ustinov and Harry Belafonte will also plant one. I hope many artists will follow them.”

Sighing

The planting of the tree itself in Land Van Ooit involved rather more than cutting a ribbon. With much sighing and puffing, the young tree was placed by Herman and Minister Pronk into a hole made for it.

The minister in particular clearly demonstrated that, should he ever become unemployed, his prospects would not lie in the profession of tree surgeon. “I have planted little trees in a city garden before, but they usually died,” Pronk admitted.

The minister could hardly move because of the crush of photographers present. “They are more interested in their photo than in the tree,” Pronk sighed.

During his time as minister in the Den Uyl cabinet, no challenge was too great for him, although at times — literally — he could only just stay on his feet when he had looked too deeply into the glass.

That has now completely changed. Things are quiet around the minister and fairly calm around Development Cooperation. “I have deliberately kept myself in the background,” he told me.

Photo caption:

■ Minister Jan Pronk and Herman van Veen, left… Every year, around 40,000 children die for no reason… Own photo

Includes information on

Includes pictures of